Een inleiding schrijven voor je verslag
In de inleiding van je verslag staan vijf dingen: de aanleiding, het probleem, je doel, je vraag en een leeswijzer. Begin met het probleem, met een feit en een bron, en niet met “In dit verslag”.
De vijf onderdelen van een inleiding
Een inleiding vertelt je lezer waarom je verslag er is en wat er komt. Daarvoor heb je vijf onderdelen nodig, in deze volgorde:
- De aanleiding: wat er speelt, met een feit en een bron.
- Het probleem: wat er niet goed gaat, en voor wie.
- Je doel: wat je verslag oplevert.
- Je vraag: de vraag die je in je conclusie beantwoordt.
- Een leeswijzer: wat er in elk hoofdstuk staat.
In een scriptie werk je het probleem en de vraag verder uit. Lees daarvoor een probleemstelling formuleren en je onderzoeksvraag.
Een voorbeeldinleiding, alinea voor alinea
Een inleiding voor een verslag over jongeren in de jeugdhulp die 18 worden. Elke alinea doet één ding.
Voorbeeld met echte bronnen. Wat geel is, vul je zelf in.
Beide bronnen staan ook in de bronnenlijst van dit verslag:
- Centraal Bureau voor de Statistiek. (2025, 30 april). Laagste aantal jongeren met jeugdbescherming sinds 2015. Geraadpleegd op 8 oktober 2026, van https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/18/laagste-aantal-jongeren-met-jeugdbescherming-sinds-2015
- Verwasch, S. (2026, 22 september). Geen gelijke kansen voor jongeren in residentiële jeugdhulp. Sociale Vraagstukken. Geraadpleegd op 8 oktober 2026, van https://www.socialevraagstukken.nl/geen-gelijke-kansen-voor-jongeren-in-residentiele-jeugdhulp/
Voorbeeld met echte bronnen.
In je tekst staat bij een webpagina alleen het jaartal, in je lijst ook de dag en de maand. Hoe je een webpagina vermeldt, lees je in een website in je bronnenlijst.
Zo begin je je eerste zin
Je eerste zin bepaalt of je lezer verder wil lezen. Begin bij het probleem, niet bij jezelf.
Zo begin je
- Een feit met een bron: “In 2024 kregen 41 duizend jongeren jeugdhulp met verblijf (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2025).”
- Een vraag uit je stage of je werk
- Een verandering, zoals een nieuwe wet of werkwijze
Zo liever niet
- “In dit verslag ga ik …”
- “Al sinds de oudheid …”
- Een definitie uit het woordenboek
- Een vraag aan je lezer: “Wist je dat …?”
Ook in je inleiding: bij elk feit een bron
Een inleiding is geen plek voor je mening. Een feit dat je noemt, heeft een bron. Dat geldt voor een getal, maar ook voor een bewering over een wet of een groep mensen.
Voorbeeld De bron is echt, de fout is die van een student.
Een feit zonder bron
- Nu
- In 2024 kregen 41 duizend jongeren in Nederland jeugdhulp met verblijf.
- Zo moet het
- In 2024 kregen 41 duizend jongeren in Nederland jeugdhulp met verblijf (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2025).
Het getal komt van het CBS. Zonder verwijzing lijkt het je eigen bewering, en kan je lezer het niet nagaan.
De regels
Een lezer kan in de tekst duidelijk zien welk deel je eigen werk is en welk deel op een bron steunt.
Een verwijzing bestaat in de basis uit de achternaam van de auteur en het jaartal. Citeer je, of verwijs je naar een bepaalde passage, dan komt ook het paginanummer erbij: met p. ervoor bij één pagina en met pp. ervoor bij meer pagina's.
APA 7
Hoe een verwijzing eruitziet, lees je in APA-bronvermelding in de tekst.
Hoe lang is een inleiding?
Er is geen vaste lengte. De vijf alinea’s uit het voorbeeld passen op één pagina. Een scriptie heeft meer nodig, omdat het probleem daar uitgebreider is. Noemt je opdracht een lengte, dan volg je die.
Wat erin staat, telt meer dan hoe lang hij is. Elke alinea doet één ding. Staat er iets in wat je later niet gebruikt, haal het dan weg.
Goed om te weten
Schrijf hem als laatste. Pas als je verslag af is, weet je wat erin staat. Schrijf eerst een korte versie, en maak hem af als de rest klaar is.
Je vraag komt terug. De vraag uit je inleiding beantwoord je in je conclusie, met dezelfde woorden. Zie conclusie en discussie.
Waar staat hij? De inleiding is meestal hoofdstuk 1, na de inhoudsopgave. Zie de opbouw van een verslag.
Veelgestelde vragen
Wat moet er in de inleiding van een verslag?
De aanleiding, het probleem, je doel, je vraag en een leeswijzer. Bij elk feit in de aanleiding of het probleem hoort een bron.
Hoe begin ik de inleiding van mijn verslag?
Met het probleem, of met een feit dat het laat zien, met een bron. Dus niet met “In dit verslag”, maar bijvoorbeeld: In 2024 kregen 41 duizend jongeren jeugdhulp met verblijf (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2025).
Hoe lang is een inleiding van een hbo-verslag?
Er is geen vaste lengte. Vijf korte alinea's, één per onderdeel, passen op één pagina. Noemt je opdracht een lengte, dan volg je die.
Wat is een leeswijzer in een verslag?
Een korte alinea aan het eind van je inleiding die zegt wat in elk hoofdstuk staat. Bijvoorbeeld: Hoofdstuk 2 beschrijft de theorie, hoofdstuk 3 de methode en hoofdstuk 4 de resultaten.
Mag ik bronnen gebruiken in mijn inleiding?
Ja, en bij elk feit moet het. Een bron uit je inleiding staat ook in je bronnenlijst, net als in de rest van je verslag. Lees ook verwijzen in je tekst.
Lees ook
Deze pagina vermelden
Gebruik je deze uitleg als bron? Zo staat hij in je bronnenlijst. De dag waarop je de pagina las, vul je zelf in.
APAcheck.nl. (2026, 8 oktober). Een inleiding schrijven voor je verslag. Geraadpleegd op [datum], van https://www.apacheck.nl/verslag/inleiding
Je hele verslag in één keer nalopen?
De gratis controle kijkt of elke verwijzing in je tekst in je bronnenlijst staat, en of je webbronnen compleet zijn, met de dag waarop je ze las.