Een theoretisch kader schrijven
Een theoretisch kader legt de kernbegrippen uit je onderzoeksvraag uit met bronnen, en zegt welke definitie jij kiest. Die keuze gebruik je daarna in je topiclijst of vragenlijst, en in je discussie.
Wat een theoretisch kader is
In je theoretisch kader leg je de kernbegrippen uit je onderzoeksvraag uit, met bronnen. Je laat zien wat anderen over die begrippen schreven, en je zegt welke definitie jij gebruikt. Verhoeven (2022) noemt dit begripsafbakening: je bakent je onderwerp af en geeft definities van de belangrijkste begrippen.
Een kader is geen samenvatting van alles wat je las. Het bevat de keuzes die je later gebruikt: in je topiclijst of vragenlijst, en in je discussie. Wat je niet gebruikt, laat je weg.
- Haal de kernbegrippen uit je vraag. Meestal twee of drie: de groep en wat je bij die groep wilt weten.
- Zoek per begrip definities. Minstens twee, uit verschillende bronnen.
- Vergelijk ze. Waar zijn de bronnen het over eens, en waar verschillen ze?
- Kies, en zeg waarom. Je keuze past bij je vraag en je groep.
- Maak er topics of vragen van. Elk deel van je definitie wordt iets wat je in je onderzoek navraagt of meet.
Van begrip naar topic: een voorbeeld
Stel, je onderzoeksvraag is: Hoe combineren jonge mantelzorgers hun zorg met hun opleiding? Het kernbegrip is mantelzorg. Twee bronnen geven een definitie.
- Volgens de Rijksoverheid (z.d.) geef je mantelzorg als je vrijwillig zorgt voor iemand in je omgeving met wie je een sociale relatie hebt. Het is onbetaald en meestal langdurig. Gebruikelijke hulp tussen huisgenoten en vrijwilligerswerk vallen er niet onder.
- De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 noemt mantelzorg hulp die "rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep" (2014, Artikel 1.1.1).
Beide noemen de sociale relatie. De Rijksoverheid voegt toe dat de zorg vrijwillig, onbetaald en meestal langdurig is; de wet zegt vooral wat het niet is: geen beroep. Je keuze schrijf je zo op:
In je theoretisch kader
In dit onderzoek is mantelzorg langdurige, onbetaalde zorg voor iemand met wie je een sociale relatie hebt, die je niet als beroep geeft (Rijksoverheid, z.d.; Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, 2014).
Uit die keuze volgen je topics. Figuur 1 laat de hele weg zien.
Figuur 1
Van kernbegrip naar topica, b
- Kernbegrip uit de vraag: mantelzorg.
- Definitie 1: vrijwillige, onbetaalde zorg voor iemand in je omgeving, vanuit een sociale relatie, meestal langdurig.
- Definitie 2: hulp vanuit een sociale relatie, die je niet als beroep geeft.
- Keuze: langdurige, onbetaalde zorg voor iemand met wie je een sociale relatie hebt, die je niet als beroep geeft.
- Topics: voor wie je zorgt, wat je doet, hoe lang al, en hoe dat samengaat met je opleiding.
a Rijksoverheid (z.d.). b Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (2014).
Voorbeeld
Het eerste topic wordt in je topiclijst een open vraag: Kun je vertellen voor wie je zorgt en wat je dan doet? Baarda et al. (2021, p. 21) noemen zulke ideeën uit de literatuur sensitizing concepts: ze helpen je bij het maken van een topiclijst en bij je analyse. Een hele topiclijst zie je in een interview afnemen.
- Rijksoverheid. (z.d.). Wanneer ben ik mantelzorger? Geraadpleegd op 8 oktober 2026, van https://www.rijksoverheid.nl/vraag-en-antwoord/mantelzorg/wanneer-ben-ik-mantelzorger
- Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. (2014, 18 juli). Overheid.nl. Geraadpleegd op 8 oktober 2026, van https://wetten.overheid.nl/BWBR0035362
Voorbeeld met echte bronnen.
Verwijzen naar meer bronnen tegelijk
In je theoretisch kader staan de meeste verwijzingen van je scriptie. Drie regels komen je hier vaak van pas. Steunt een hele paragraaf op één bron, dan meld je dat één keer aan het begin:
Voorbeeld De bronnen zijn echt, de fouten zijn die van een student.
Meer bronnen niet op alfabet
- Nu
- (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, 2014; Rijksoverheid, z.d.)
- Zo moet het
- (Rijksoverheid, z.d.; Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, 2014)
Op alfabet: de R van Rijksoverheid komt voor de W van Wet.
De regel
Verwijs je in één keer naar meer publicaties, zet de auteurs dan op alfabetische volgorde en scheid ze met een puntkomma.
APA 7
Een bron die je via een andere bron kent
- Nu
- Jongeren in de residentiële jeugdhulp horen tot de meest kwetsbare groepen (Verwasch, 2026).
- Zo moet het
- Jongeren in de residentiële jeugdhulp horen tot de meest kwetsbare groepen (Harder et al., 2023, in Verwasch, 2026).
Verwasch haalt dit uit de nota van Harder et al. (2023). Noem dan eerst die bron, en daarna Verwasch. Beter nog: de nota staat online, dus lees hem zelf en verwijs naar wat erin staat. Zie literatuuronderzoek doen.
De regel
Gebruik zo veel mogelijk de oorspronkelijke, primaire bron. Lukt dat niet, noem dan in de tekst de primaire bron en zet de secundaire bron erbij. In de bronnenlijst staat alleen de secundaire bron, want die heb je zelf geraadpleegd. Het jaartal van de primaire bron mag je noemen, maar het hoeft niet.
APA 7
Meer over andermans woorden in je eigen zinnen lees je in parafraseren volgens APA 7.
Theoretisch kader of literatuuronderzoek
Literatuuronderzoek is wat je doet: zoeken, lezen en kiezen. Baarda et al. (2021) noemen het ook bronnenonderzoek. Je theoretisch kader is wat je opschrijft: de begrippen en keuzes die je uit die bronnen haalt. Hoe je zoekt, lees je in literatuuronderzoek doen in vijf stappen.
Is literatuur je enige bron van gegevens, dan doe je een literatuurstudie. Dan zegt je methode ook hoe je zocht en hoe je bronnen koos.
Goed om te weten
Hoeveel bronnen? Er is geen vast aantal. Zorg dat elk kernbegrip op minstens twee bronnen rust, zodat je iets te kiezen hebt.
Tegenwoordige tijd. Wat een bron zegt, schrijf je meestal in de tegenwoordige tijd: Verhoeven (2022) beschrijft, de Rijksoverheid (z.d.) noemt.
Blijf open. Een kader helpt je kijken, maar sluit niets uit. Hoor je in een interview iets wat niet in je kader past, schrijf het dan toch op.
Terug in je discussie. In je discussie leg je je uitkomsten naast je kader: wat bevestigt de theorie, en wat niet? Daarom kies je in je kader wat je later nodig hebt. Je kader bepaalt ook je methode.
Veelgestelde vragen
Wat is een theoretisch kader?
Het hoofdstuk waarin je de kernbegrippen uit je onderzoeksvraag uitlegt met bronnen, en zegt welke definitie jij gebruikt. Het staat na de inleiding en vóór de methode.
Hoe schrijf ik een theoretisch kader voor mijn scriptie?
Haal de kernbegrippen uit je vraag, zoek per begrip definities in bronnen, vergelijk ze en kies er een. Zet je keuze daarna om in topics of vragen voor je onderzoek.
Hoeveel bronnen moet een theoretisch kader hebben?
Daar is geen vast aantal voor; soms noemt je opleiding een minimum. Zorg dat elk kernbegrip op minstens twee bronnen rust, zodat je kunt vergelijken en kiezen.
Wat is het verschil tussen een theoretisch kader en een literatuuronderzoek?
Literatuuronderzoek is het zoeken en lezen. Het theoretisch kader is het hoofdstuk waarin je opschrijft wat je daaruit gebruikt. Zo pak je het zoeken aan: literatuuronderzoek doen.
Hoe verwijs ik naar meerdere bronnen in mijn theoretisch kader?
Zet ze tussen haakjes op alfabet, met een puntkomma ertussen: (Rijksoverheid, z.d.; Verhoeven, 2022). Zo laat je zien dat meer bronnen hetzelfde zeggen.
Lees ook
Deze pagina vermelden
Gebruik je deze uitleg als bron? Zo staat hij in je bronnenlijst. De dag waarop je de pagina las, vul je zelf in.
APAcheck.nl. (2026, 8 oktober). Een theoretisch kader schrijven. Geraadpleegd op [datum], van https://www.apacheck.nl/scriptie/theoretisch-kader
Je hele verslag in één keer nalopen?
De gratis controle kijkt of elke verwijzing uit je theoretisch kader in je bronnenlijst staat, of je lijst op alfabet staat en of de jaartallen in tekst en lijst gelijk zijn.