Een reflectieverslag schrijven met STARR of Korthagen
In een reflectieverslag beschrijf je één situatie en laat je zien wat je ervan leerde en wat je nu anders doet. Je schrijft in de ik-vorm, met een model als STARR of de reflectiecyclus van Korthagen. Theorie die je gebruikt, krijgt een bron.
Een reflectie is geen dagboek
In een reflectieverslag kijk je terug op wat je deed. Je laat zien wat je ervan leerde en wat je nu anders doet, met één situatie als bewijs. Volgens Groen (2024, p. 9) begin je bij een situatie die iets met je deed. Die benoem je, onderzoek je met vragen, en vertaal je naar nieuw handelen. Het verslag zelf is daarbij “een middel en geen doel op zich” (p. 9).
Wel in je reflectie
- Eén situatie die iets met je deed
- Wat je dacht, voelde en deed, en waarom
- Wat je ervan leerde
- Wat je de volgende keer anders doet, zo concreet mogelijk
Niet in je reflectie
- Een verslag van je hele week
- Alleen wat goed ging
- Een oordeel over anderen
- Algemene voornemens: “ik ga beter communiceren”
STARR: vijf vragen op volgorde
STARR is een vaste volgorde van vijf vragen. Je gebruikt hem voor één situatie:
- Situatie. Wat gebeurde er, waar en met wie?
- Taak. Wat was jouw rol, en wat wilde je bereiken?
- Actie. Wat deed je, en wat zei je?
- Resultaat. Wat was het gevolg, voor jou en voor de ander?
- Reflectie. Wat leerde je, en wat doe je de volgende keer anders?
De eerste vier stappen zijn beschrijving. De vijfde is de reflectie zelf, en die krijgt de meeste ruimte.
De reflectiecyclus van Korthagen
Korthagen et al. (2001) beschrijven reflectie als een cyclus van vijf fasen. De laatste fase is het begin van een nieuwe ronde. Zo blijf je leren.
- Handelen. Je doet iets in een situatie.
- Terugblikken. Wat wilde, dacht, voelde en deed je? En wat wilde, dacht, voelde en deed de ander?
- Bewustwording. Wat is de kern van deze situatie? Waarom reageerde je zo?
- Alternatieven bedenken. Welke andere manieren zijn er, en welke kies je?
- Uitproberen. Je probeert je keuze uit in een nieuwe situatie.
Korthagen vraagt meer dan STARR. In de tweede fase kijk je ook naar de ander, en in de derde zoek je naar de oorzaak van je reactie.
Eén situatie, twee modellen
Stel: in een gesprek met een ouder geef je meteen een oplossing. Het gesprek valt stil. Zo werk je die situatie uit met elk model:
| Onderwerp | STARR | Korthagen |
|---|---|---|
| Begin | Situatie en Taak: het gesprek, en jouw rol als stagiair. | Handelen: wat je deed in het gesprek. |
| Midden | Actie en Resultaat: je gaf een oplossing, en het gesprek viel stil. | Terugblikken: je wilde helpen en voelde je onrustig. De ouder wilde misschien eerst gehoord worden. |
| Kern | Reflectie: je merkt dat je te snel oplossingen geeft. | Bewustwording: stilte maakt je onrustig, en dat vul je met een oplossing. |
| Eind | Je stelt voortaan eerst een open vraag. | Je bedenkt drie andere reacties, kiest er één en probeert die uit in het volgende gesprek. |
Welk model je kiest, bepaalt vaak je opleiding. Staat het niet in je opdracht, dan past STARR bij een korte reflectie en Korthagen bij een diepere.
De ik-vorm, theorie en je bronnen
Een reflectie gaat over jou. Je schrijft dus in de ik-vorm. Houd de toon wel zakelijk: geen spreektaal, korte zinnen. Lees daarvoor zakelijk schrijven in je verslag.
Koppel je je ervaring aan theorie, dan krijgt die theorie een bron: een verwijzing in je tekst en een vermelding in je bronnenlijst. Een gesprek met je praktijkbegeleider noem je alleen in je tekst, als persoonlijke communicatie, met een datum:
- Ik koos voor de reflectiecyclus van Korthagen et al. (2001), omdat ik wilde begrijpen waarom ik zo reageerde.
- Mijn praktijkbegeleider ([voorletter. achternaam], persoonlijke communicatie, [datum]) raadde me aan eerst een open vraag te stellen.
- Groen, M. (2024). Reflecteren: De basis: Op weg naar bewust en bekwaam handelen (5e editie). Noordhoff.
- Korthagen, F. A. J., Kessels, J., Koster, B., Lagerwerf, B., & Wubbels, T. (2001). Linking practice and theory: The pedagogy of realistic teacher education. Lawrence Erlbaum Associates.
Voorbeeld met echte bronnen.
Meer over gesprekken als bron lees je in persoonlijke communicatie volgens APA 7.
Goed om te weten
Hoe lang? Dat bepaalt je opdracht. Eén situatie die je diep uitwerkt, zegt meer dan vijf situaties die je kort noemt.
Wees eerlijk. Een situatie die misging, levert vaak de beste reflectie op. Je laat zien dat je ervan leerde.
Geen namen. Noem niemand bij naam over wie je schrijft, zoals een ouder of een collega. Schrijf “een ouder” of “Cliënt B”. Alleen bij persoonlijke communicatie staat de naam van wie je sprak, zoals je praktijkbegeleider.
Een groter verslag? Een reflectie kan ook een hoofdstuk in een stageverslag zijn. Waar die staat, lees je in de opbouw van een verslag.
Veelgestelde vragen
Hoe schrijf ik een reflectieverslag met STARR?
Beschrijf één situatie in vijf stappen: de Situatie, je Taak, je Actie, het Resultaat en je Reflectie. De meeste ruimte krijgt de laatste stap: wat je leerde en wat je nu anders doet.
Wat is het reflectiemodel van Korthagen?
Een cyclus van vijf fasen: handelen, terugblikken, je bewust worden van de kern, andere manieren bedenken en die uitproberen. Het uitproberen is het begin van een nieuwe ronde (Korthagen et al., 2001).
Mag ik de ik-vorm gebruiken in een reflectieverslag?
Ja. Een reflectie gaat over jou, dus je schrijft in de ik-vorm. Houd de rest zakelijk; lees ook zakelijk schrijven.
Moet ik bronnen gebruiken in een reflectieverslag?
Als je theorie gebruikt wel, met een verwijzing in je tekst en een vermelding in je bronnenlijst. Kijk in je opdracht of theorie verplicht is. Een gesprek met je begeleider noem je alleen in je tekst, als persoonlijke communicatie.
Hoe lang is een reflectieverslag?
Dat bepaalt je opdracht. Eén situatie die je diep uitwerkt, zegt meer dan vijf situaties die je kort noemt.
Lees ook
Deze pagina vermelden
Gebruik je deze uitleg als bron? Zo staat hij in je bronnenlijst. De dag waarop je de pagina las, vul je zelf in.
APAcheck.nl. (2026, 8 oktober). Een reflectieverslag schrijven met STARR of Korthagen. Geraadpleegd op [datum], van https://www.apacheck.nl/verslag/reflectieverslag
Je hele verslag in één keer nalopen?
Gebruik je theorie in je reflectie? De gratis controle kijkt of elke verwijzing in je tekst in je bronnenlijst staat, en of je lijst op alfabet staat.