Formeel en zakelijk schrijven in je verslag
Zakelijk schrijven is helder en precies schrijven: korte zinnen, de bedrijvende vorm en geen spreektaal. Je spreekt je lezer niet aan met je. De ik-vorm mag waar het over jou gaat, zoals in je methode of een reflectie, als je opleiding dat toestaat.
De ik-vorm: waar het over jou gaat
Zakelijk is niet ingewikkeld. Het is helder en precies, met korte zinnen. Dat geldt ook voor de ik-vorm: die mag, waar het over jou gaat. Over de rest schrijf je zonder ik.
Ik mag
- In je methode: “Ik interviewde zes jongeren.”
- In een reflectie, over wat jij deed en leerde
- In je voorwoord
Liever geen ik
- In je theorie: daar spreken je bronnen
- Voor een mening zonder onderbouwing: “Ik vind dat …”
- “Wij” als je alleen schrijft
Sommige opleidingen willen geen ik-vorm. Dan schrijf je bijvoorbeeld “de onderzoeker” of “in dit onderzoek”. Kijk in je opdracht. In een reflectie is de ik-vorm juist de bedoeling: zie een reflectieverslag schrijven.
Geen je tegen je lezer
Een verslag praat niet tegen de lezer. Spreek hem dus niet aan met je of jij.
- Niet: In Tabel 1 zie je dat het aantal daalt. Wel: Tabel 1 laat zien dat het aantal daalt.
- Niet: Als je in de jeugdzorg werkt, ken je dit probleem. Wel: Dit probleem speelt in de jeugdzorg, met een bron erbij.
In een folder of een handleiding mag je wel. Deze pagina spreekt jou ook aan, want het is geen verslag.
Korte zinnen in de bedrijvende vorm
Een korte zin leest sneller en is preciezer. Zet in elke zin één gedachte, en laat het onderwerp iets doen.
- Lijdende vorm. Niet: Er werd door de onderzoeker besloten om te stoppen. Wel: De onderzoeker besloot te stoppen.
- Naamwoordstijl. Niet: het doen van onderzoek naar. Wel: onderzoeken.
- Tangconstructie. Niet: de door de onderzoeker in het eerste interview gestelde vraag. Wel: de vraag die de onderzoeker in het eerste interview stelde.
De lijdende vorm mag als het niet uitmaakt wie iets deed. In een methode staat bijvoorbeeld: De interviews zijn opgenomen en uitgewerkt.
Lange alinea’s maak je korter op dezelfde manier: één punt per alinea. Zie een goede alinea schrijven.
Spreektaal, versterkers en vulwoorden
Wat je zegt, schrijf je niet altijd op. Vervang spreektaal door het precieze woord, of laat het weg.
| Onderwerp | Te los voor een verslag | Zakelijk |
|---|---|---|
| Versterkers | heel belangrijk, super handig, echt groot | belangrijk, handig, groot. Of zeg hoe groot, met een bron. |
| Spreektaal | een hoop, snappen, checken, oké | veel, begrijpen, controleren, of weg |
| Vulwoorden | eigenlijk, gewoon, best wel, natuurlijk | weg |
| Vaag | dingen, en zo, enzovoort | noem wat je bedoelt |
| Mening | ik vind dat | dit wijst erop dat, met je onderbouwing |
Een cijfer is preciezer dan een versterker. Niet: Heel veel jongeren krijgen jeugdbescherming. Wel: In 2024 kregen 34 duizend jongeren jeugdbescherming (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2025).
Woorden die zinnen verbinden, zoals echter en daardoor, horen er wel bij. Een lijst staat in signaalwoorden.
Getallen en afkortingen
Ook getallen en afkortingen schrijf je op een vaste manier. Daarvoor zijn twee regels die je vaak nodig hebt:
Er zijn uitzonderingen, zoals percentages en data, die altijd in cijfers staan. Lees ze in getallen volgens APA 7 en afkortingen volgens APA 7.
Goed om te weten
Lees hardop. Wat je hardop niet zou zeggen tegen je docent, schrap je. Wat je hardop niet in één adem kunt lezen, maak je korter.
Formeel is niet ouderwets. Woorden als derhalve, dientengevolge en teneinde maken je tekst niet zakelijker, alleen stroever. Schrijf daarom, daardoor en om.
Je opleiding gaat voor. Schrijft je opleiding een stijl voor, zoals de wij-vorm in een groepsverslag, volg dan die.
Verder lezen. Jansen et al. (2021) bespreken in hoofdstuk 4 van Leren communiceren het formuleren, met onder meer tangconstructies, naamwoordconstructies, de lijdende vorm en de directe aanspreking.
Veelgestelde vragen
Mag ik de ik-vorm gebruiken in een verslag?
Ja, waar het over jou gaat: in je methode, een reflectie of je voorwoord. In je theorie en je resultaten schrijf je zonder ik. Verbiedt je opleiding de ik-vorm, dan volg je die.
Hoe schrijf ik zakelijk en formeel?
Schrijf korte zinnen in de bedrijvende vorm, zonder spreektaal, versterkers en vulwoorden, en spreek je lezer niet aan met je. Zakelijk is niet ingewikkeld: het is helder en precies.
Welke woorden moet ik vermijden in een verslag?
Versterkers zoals heel en super, spreektaal zoals een hoop en checken, en vulwoorden zoals eigenlijk en gewoon. Schrijf ook geen ik vind zonder onderbouwing.
Mag ik je gebruiken in een verslag?
Niet als aanspreekvorm tegen je lezer. Schrijf dus niet In Tabel 1 zie je dat, maar Tabel 1 laat zien dat. In een folder of een handleiding mag je wel.
Hoe vermijd ik spreektaal in mijn scriptie?
Lees je tekst hardop en streep woorden door die je alleen zou zeggen, zoals best wel, een hoop en checken. Vervang ze door het precieze woord, of laat ze weg.
Lees ook
Deze pagina vermelden
Gebruik je deze uitleg als bron? Zo staat hij in je bronnenlijst. De dag waarop je de pagina las, vul je zelf in.
APAcheck.nl. (2026, 8 oktober). Formeel en zakelijk schrijven in je verslag. Geraadpleegd op [datum], van https://www.apacheck.nl/schrijven/formeel-schrijven
Je hele verslag in één keer nalopen?
Zakelijk schrijven doe je zelf. De gratis controle kijkt je bronvermelding na: of elke verwijzing in je bronnenlijst staat, het alfabet, je jaartallen en je webbronnen.